De staat van het voetbal
Just another WordPress.com site
Antwerps voetbal, the story continues
Geplaatst door op mei 23, 2012
Wie van de betere soap houdt kon de afgelopen maand zijn hart ophalen aan de wendingen in het Antwerpse voetbalverhaal. De trouwe volgers waren al een jaar geboeid door afleveringen over onder meer overstappende bestuursleden en ruzies over een afgelaste oefenmatch en niet ontvangen vip-tickets. Wie dacht alles gezien te hebben, heeft evenwel ongelijk. Een nieuw hoogtepunt (of eerder dieptepunt) werd bereikt met het beroep van Beerschot tegen de licentie van Antwerp. Op zich niets mis mee, want elke ploeg heeft dat recht, maar het is wel ongezien. Zelfs naar Antwerpse normen. Nog opvallender was de uiteindelijke zitting van de Beroepscommissie. Beerchot-voorzitter Patrick Vanoppen kwam er meedelen dat zijn club de klacht introk, maar niet zonder alles en iedereen de mantel uit te vegen. De tweedeklasseclubs die het niet te nauw zouden nemen met de regels, de voetbalbond die dat laatste oogluikend toelaat en de politie die de actie van de Kielse Ratten had omschreven als een provocatie.
Ook de ‘tegenpartij’ Antwerp liet zich de laatste weken niet onbetuigd. Zo gooiden de supporters nog meer olie op het vuur met een herdenking voor de dertiende verjaardag van het verdwijnen van het oude Beerschotstamnummer 13, inclusief doodskist. En Patrick Vanoppen kon toen hij voor een interview arriveerde aan de studio’s van de regionale televisiezender ATV slechts op het nippertje een pot rode verf van Antwerp-aanhangers ontwijken. Om van een filmpje waarin een dubbelganger van de omstreden Beerschot-voorzitter wordt opgejaagd als loslopend wild nog maar te zwijgen.
Een beetje rivaliteit tussen voetbalploegen is best wel gezond. Zeker als ze uit dezelfde stad komen. In dit geval gaat het echter niet over ploegen, maar over ego’s: Vanoppen versus de groep rond Jos Verhaegen en Gunther Hofmans die nu de plak zwaaien op de Bosuil. Het Antwerpse voetbal is afgegleden naar het mentale niveau van een kleuterschool: “Juf, hij is begonnen.” Maar zo onschuldig als een kleuterschool is het niet. De kinderachtige conflicten leiden de aandacht af van de concrete situatie. Dat het voetbal in Antwerpen ziek is en een onzekere toekomst tegemoet gaat. Zoals een anoniem bestuurslid van een van de betrokken clubs het onlangs verwoordde: “tenslotte vergeten we allemaal dat we het hebben over een middelmatige eersteklasser en een even middelmatige tweedeklasser.” Een stad die een metropool pretendeert te zijn onwaardig.
Door het geruzie gooien Beerschot en Antwerp hun eigen ruiten in. Als je vechtend over de straatstenen rolt, moet je niet verbaasd zijn dat er geen grote sponsoren staan te springen om voor de nodig financiële steun te zorgen. Iets waarover beide clubs in het verleden al steen en been klaagden. Potentiële grote geldschieters zijn er nochtans in Antwerpen. De haven, de diamantsector, etc. . Allemaal economische spelers op wereldniveau.
Dat het Antwerpse stadsbestuur er stilaan genoeg van heeft, hoeft ook niemand te verbazen. De uitspraak van burgemeester Janssens dat het geld dat voorzien was voor het gemeenschappelijk voetbalstadion beter zou kunnen worden besteed aan het nijpende capaciteitsprobleem in het onderwijs en de kinderopvang is los van de electorale motieven niet meer dan logisch. De gebeurtenissen van de afgelopen periode maken immers duidelijk dat Beerschot en Antwerp niet snel samen een stadion zullen willen delen, laat staan een fusieploeg vormen.
Nu het seizoen 2011-2012 erop zit, komt er ook een voorlopig einde aan de Antwerpse voetbalsoap. Vanaf augustus staan er nieuwe afleveringen op het programma. Hopelijk dan met wat minder drama en meer gefocust op het sportieve.
Open brief aan Georges Leekens
Geplaatst door op mei 17, 2012
Beste Georges,
Was dat even schrikken toen zondagmiddag op Teletekst het nieuws verscheen dat je het voor bekeken hield bij de Rode Duivels om over te stappen naar Club Brugge. Of was het wel een verrassing dat je als coach met het imago van een jobhopper de oversteek naar West-Vlaanderen zou wagen? In ieder geval ga ik niet in je geest proberen te zoeken naar een reden voor je demarche. Dat lijkt me behoorlijk zinloos. Wel zou ik je een aantal vragen willen opwerpen.
Laten we eerst even terugkeren naar maart van dit jaar. Op een vrijdagmiddag hadden we toen een gesprek over de toekomst van de Rode Duivels. Vol vuur – en enkele torenhoge clichés – praatte je toen over de toekomst van het nationale team. Je zei dat je geloofde in de kwalificatie voor het WK in Brazilië, maar waarschuwde ook dat iedereen top zou moeten zijn om succes te oogsten. Iedereen moest zich achter het project scharen, zo niet zou het een verloren zaak zijn. Waarom verlaat je nu dan als eerste het schip? Juist op een moment dat het nog moet beginnen. Want je redenering dat 90 procent van je werk af is, is op zijn zachtst gezegd bedenkelijk. Ook al als je die uitspraak later als ‘slechte communicatie’ omschrijft. Een ploeg die koud wordt afgemaakt door Duitsland, punten weggooit tegen Oostenrijk en Azerbeidzjan en slechts een 1/6 haalt tegen (maar) Turkije is allesbehalve klaar om iets te betekenen op het internationale niveau. Volgens jou ontbreekt enkel nog het dak van het huis dat model staat voor de ploeg, maar dan ben je vergeten dat er in de muren een aantal serieuze gaten zitten. En een huis zonder dak lijkt me bovendien geen leuke woonst, zeker met dit huidige lenteweer.
Is er misschien faalangst bij je binnengeslopen? De verwachtingen voor de komende kwalificatiecampagne zijn immers hooggespannen na twaalf jaar zonder groot tornooi. Zeker met spelers die de afgelopen jaren veel vooruitgang hebben geboekt. Vooruitgang waar je trouwens weinig verdienste aan hebt. Vincent Kompany is op basis van zijn eigen prestaties kampioen van Engeland met zijn team Manchester City geworden. Ook heb je geen rol gespeeld in de verkiezingen van Mirallas, Vertonghen, Hazard en Kompany tot speler van het jaar in de competitie waar ze het afgelopen seizoen speelden. Met zo’n toppers in je ploeg moet je wel iets presteren. Als je faalt kan je dan niet meer het excuus gebruiken dat je het moet doen met middelmatige en onervaren spelers die als ze in het buitenland spelen op de bank zitten bij hun team.
Bij Club Brugge zal de druk echter niet minder zijn. Al acht jaar wachten ze in het Jan Breydelstadion op een nieuwe landstitel. Jan Ceulemans, Emilio Ferrera, Cedomir Janevski, Jacky Mathijssen, Adrie Koster en Christoph Daum passeerden zonder resultaat de revue en dit seizoen werden er dertien nieuwe spelers binnengehaald, de ene al een grotere flop dan de andere. Meer dan ooit moet het volgende seizoen een succes worden. Je prestaties zullen nauwgezet van week tot week worden geëvalueerd door het bestuur, nieuwe zakelijkheid weet je wel. De kans bestaat dus dat je na een paar maanden al op straat ligt en zo met lege handen achterblijft. Veel sweat, maar no glory. En ook geen WK.
Of moeten we de reden voor je transfer naar Club ergens anders zoeken? Zoals bij elke overstap naar een nieuwe werkgever nam je het woord uitdaging in de mond. Zelfs toen je trainer werd bij het Saoedi-Arabische Al-Hilal of bij het nationale team van Algerije liet je het substantief vallen. Plaatsen die niet bekend staan om hun grote voetbalcultuur. Waarom zeg je dan gewoon niet wat iedereen denkt? Dat in de eerste plaats je bankrekening er beter van wordt. En dat je incalculeert dat het avontuur van korte duur kan zijn. De keuze voor het financiële zal je carrière alvast niet schaden. De opmerkelijke bochten die je tot nu toe tijdens je loopbaan soms nam, deden bij de publieke opinie immers aanvankelijk wel de wenkbrauwen fronsen, maar na verloop van tijd was iedereen dat alweer vergeten. Net zoals je steeds probleemloos een nieuwe club vindt. Het enige gevolg is misschien dat de uitdrukking ‘een georgeske doen’ – wanneer het gaat over onvoorwaardelijk kiezen voor je portefeuille – nu eindelijk eens zal worden opgenomen in de Dikke Van Dale. In afwachting van die vermelding wens ik je veel succes met je Brugse ‘uitdaging’!
Vriendelijke groeten,
THLA
De beker van het volk
Geplaatst door op maart 26, 2012
Een goede portie zonneschijn, enkel dat had de buurt rond het Koning Boudewijnstadion zaterdag nodig om een gezellige aanloop naar de bekerfinale te vormen. Al van in de middag kleurde de Heizel enerzijds geel-wit-zwart (Lokeren) en anderzijds rood (Kortrijk). De plaatselijke horeca deed gouden zaken. De hamburgers, braadworsten en andere kost die je in de buurt van een voetbalstadion kan verorberen vlogen de deur uit.
De fans waren massaal komen opdagen. Beide finalisten hadden meer dan 15.000 kaartjes kunnen verkopen. Families met kinderen, veertienjarigen die hun pukkels nog niet ontgroeid waren maar wel voor de eerste keer alleen naar het voetbal mochten, collega’s van het werk: allemaal wouden ze deze finale voor geen geld van de wereld missen. Het was een unieke gebeurtenis voor hen. Zowel Kortrijk als Lokeren behoren niet tot de top van het Belgisch voetbal en hebben geen bekertraditie. Lokeren had al eens een keer een finale behaald – voor de quizzers in 1981 – maar verloor toen kansloos van Standard. Het zijn clubs die symbool staan voor La Flandre profonde: de ‘doe maar normaal dat is al gek genoeg’-mentaliteit.
Daarom werd dit op voorhand door sommige waarnemers als een kleine finale bestempeld. De bekercompetitie zou ziek zijn. Hervormingen waren onafwendbaar luidde het. Door de drukke planning daalt de waarde van de bekercompetitie. In se is dat een stelling waar iets voor te zeggen valt. De kalender is inderdaad overvol. Door de competitiehervorming spelen de topploegen nu minstens veertig wedstrijden per seizoen plus dan vaak nog eens een Europese campagne.
Dat de big five – Anderlecht, Club Brugge, Racing Genk, AA Gent en Standard – de bekercompetitie daardoor stiefmoederlijk zouden behandelen klopt echter niet. Bijna allemaal werden ze in deze editie op hun waarde geklopt. De uitschakeling was zelfs voor een deel de oorzaak dat Club Brugge zijn trainer Adrie Koster aan de deur zette. Alleen Anderlecht stelde een B-ploeg op tegen derdeklasser Rupel Boom, maar had dan ook moeten winnen.
Bovendien kan je je afvragen of het een probleem is dat ‘kleinere’ ploegen doorstoten tot in de finale. Het beschermen van grotere ploegen zodat ze meer kans maken op bekerwinst zou de ultieme paradox. Het is hetzelfde als OCMW-steun aanbieden aan een miljardair. Het gaat regelrecht in tegen de essentie van sport: tegenstanders die elkaar bekampen tot er een winnaar uit de bus komt. Daarbij moet je de sterkere actor niet gaan bevoordelen.
De mindere goden in de eerste klasse worden sowieso al benadeeld. De competitiehervorming met play-offs is deels gerealiseerd, opdat de topploegen meer inkomsten zouden genereren. Voor de kleinere clubs zijn er enkel de broodkruimels. De Beker van België is dan een welgekomen afwisseling in hun dieet. Laat het het summum van gelijkheid zijn, het voetbalfeest van het volk. Daarmee wordt de bekerformule– als dat al zou nodig zijn – automatisch geherwaardeerd. Voetbal is eenvoudig en moet dat blijven.
Duivelse keuzes
Geplaatst door op maart 11, 2012
In aanloop naar een oefenwedstrijd van de Rode Duivels weten de kranten soms niet goed wat te schrijven. Zeker als de wedstrijd buiten een kwalificatiecampagne voor een Europees of Wereldkampioenschap valt. Een ingegroeide teennagel van speler X, de zieke lievelingshond van speler Y of de muziekkeuze in de kleedkamer. Zulke thema’s komen dan (noodgedwongen) aan bod.
De voorbereiding op de vriendschappelijke wedstrijd van onze Duivels twee weken geleden in en tegen Griekenland vormde geen uitzondering op de bovenstaande stelling. Behalve de grillen van het lokale Griekse weer (‘Regen is toch wel zeer uitzonderlijk’), was het hot issue wie in de toekomst de positie in het doel zou verdedigen. De keeper van het Engelse Sunderland Simon Mignolet, die de voorbije wedstrijden de voorkeur van bondscoach Georges Leekens wegdroeg heeft reeds bewezen een waardige kandidaat te zijn. Het duo Daniël Van Buyten en Laurent Ciman zijn hem nog steeds dankbaar dat hij vorig jaar na hun stuntelig verdedigen in de belangrijke wedstrijd tegen Oostenrijk (nota bene zijn debuut als Rode Duivel) aanvaller Marc Janko kon afstoppen.
De twee andere doelmannen die de laatste matchen deel uitmaakten van de Belgische selectie zijn echter te duchten concurrenten. De 19-jarige Thibaut Courtois, eigendom van het Engelse Chelsea maar nu op uitleenbasis in de Spaanse Primera Division bij Atletico Madrid, wordt in binnen- en buitenland opgehemeld als een groot talent. En dan is er nog de ervaren Jean-François Gillet, die zijn strepen in Italië heeft verdiend.
Leekens zal dus voor een moeilijke keuze staan. Overigens ook voor de andere posities. Centraal in de verdediging zijn er tal van mogelijkheden. Vincent Kompany lijkt een certitude, indien hij fit is. De tweede positie invullen is echter een lastigere opgave. Thomas Vermaelen, Daniël Van Buyten, Toby Aldeweireld, Jan Vertonghen en Nicolas Lombaerts: allemaal hebben ze reeds bewezen degelijke centrale verdedigers te zijn. Voor het middenveld (Timmy Simons, Steven Defour, Axel Witsel, Marouane Fellaini, Radja Nainggolan, etc.) en de vleugelaanvallers (Moussa Dembele, Eden Hazard, Dries Mertens, Nacer Chadli, etc.) wordt het de bondscoach ook niet makkelijker gemaakt.
Op het eerste gezicht lijkt dit een luxeprobleem. Hoe meer keuze, hoe beter zou je kunnen denken. Niets is echter minder waar. De weelde op sommige posities verbergt de hiaten op andere plekken in het elftal. Zo blijven de linker- en de rechterflank één van de pijnpunten die menig tegenstander in het verleden reeds blootlegde. De functie van diepe spits is ook vacant. Romelu Lukaku, Jelle Vossen, Igor de Camargo en Marvin Ogunjimi komen namelijk te weinig aan de bak bij hun clubteams (respectievelijk Chelsea, Racing Genk, Borussia Mönchengladbach en Mallorca). Kevin Mirallas is op zijn beurt dan weer te weinig vertrouwd met de positie.
Het is bovendien nodig om in september bij de start van de campagne voor het WK 2014 in Brazilië een vaste kern klaar te hebben, waar enkel bij eventuele blessures en schorsingen aan gesleuteld moet worden. Automatismen zijn immers belangrijk, zeker op internationaal niveau waar ploegen slechts vier of vijf maal per jaar een wedstrijd spelen. Vraag het maar aan René Vandereycken die mede door te veel roteren in het voorjaar van 2009 de laan werd uitgestuurd als bondscoach.
Georges Leekens weet dus wat te doen in de drie resterende vriendschappelijke wedstrijden. Het is te laat om nog veel te experimenteren. De bouwstenen voor een goede ploeg zijn er trouwens al. Daar is voetbalminnend België het mee eens. De vraag is of dat die bouwstenen de lange weg naar Brazilië kunnen construeren.
Gezocht: Bob de Bouwer
Geplaatst door op februari 27, 2012
Tijdens elke transferperiode zijn er opmerkelijke nieuwsberichten. Zo weigerde de Poolse verdedigende middenvelder Ariel Borysiuk een transfer naar Club Brugge, omdat het stadion en de infrastructuur van Blauw-zwart volgens hem teleurstellend zouden zijn.
Los van het feit of dat de ware reden was van zijn veto – Borysiuk verhuisde een tijdje later naar de Duitse eersteklasser Kaiserslautern, de ploeg die hij eerst nog afgewimpeld had ten voordele van Club Brugge – komt er een duidelijke vaststelling aan de oppervlakte: ons land hinkt achterop wat betreft voetbalstadions. De tijd is voorbij dat we meewarig konden doen over de infrastructuur van clubs uit Oost-Europa. Legia Warschau, de club waar Ariel Borysiuk debuteerde is daar een goed bewijs van. Het stadion Wosjka Polskiego, de thuishaven van het team, beantwoordde vroeger aan het clichébeeld van een typisch Oost-Europese constructie van veel grauw beton, maar is nu omgetoverd tot een voetbaltempel die aan alle moderne vereisten voldoet. 31.800 supporters kunnen er in alle comfort naar een wedstrijd komen kijken.
Natuurlijk speelt het toekennen van het Europees Kampioenschap voetbal aan Polen (in een co-organisatie met buurland Oekraïne) een rol. Overal in het land zijn stadions gerenoveerd of zijn ze in een mum van tijd opgebouwd. Legia Warschau ontvangt echter geen enkele EK-wedstrijd. Bovendien zijn er ook nog andere Oost-Europese landen die niets met het Europees voetbalfeest dat in juni van start gaat te maken hebben, maar die wel hun achterstand op vlak van voetbalinfrastructuur aan het goed maken zijn. Trek dat maar eens na bij de Rode Duivels die het vorig jaar in een oefenmatch opnamen tegen Slovenië, een land dat bezwaarlijk een grote voetbalgeschiedenis kan toegedicht worden. De Slovenen ontvingen de Belgen in de hoofdstad Ljubljana in het Stožice stadion, een gezellige plek die 16.000 mensen kan herbergen. Geen grote capaciteit, maar dat is ook niet nodig. In de Verenigde Arabische Emiraten staan er genoeg gigantische stadions, die tijdens wedstrijden akelig leeg blijven. Heel wat Belgische ploegen zouden jaloers zijn op het Sloveense voorbeeld.
Veel van onze clubs hebben wel plannen om hun infrastructuur te moderniseren, maar het ontbreekt vaak aan de nodige beslissingen, zowel aan de kant van de teams als aan de kant van de overheid. Club Brugge, Anderlecht, Beerschot, allemaal zijn ze de afgelopen jaren naar buiten gekomen met de meest prachtige maquettes. In 2007 zorgde toenmalig Vlaams minister Dirk Van Mechelen voor een spaarpotje van 50 miljoen euro om de realisatie van de nieuwe stadionplannen te stimuleren. Jammer genoeg is er sindsdien niet veel veranderd. Ondertussen verouderen de Belgische stadions zienderogen. Supporters moeten in België niet op luxe gesteld zijn. Ze vormen al te vaak het doelwit van de grillen van het weer en van duiven.
Comfort is echter niet het belangrijkste argument in het pleidooi voor nieuwe stadions. Op economisch vlak is vernieuwing een must. Voetbalstadions vormen de ideale bron van inkomsten. Een ploeg zoals het Nederlandse AZ Alkmaar kon haar budget en het aantal abonnees verdubbelen door de bouw van een nieuwe voetbaltempel. Indien je in het hedendaags Europees voetbal een rol van betekenis wil spelen zijn die centen broodnodig. De keuze is dus simpel voor Anderlecht en co: bouwen of achteruitgaan. In het buitenland hebben ze die keuze reeds gemaakt. Waar wachten we in België nog op?
Met alle Chinezen
Geplaatst door op februari 20, 2012
Herinnert u zich nog de zaak Ye? Deze omkoop- en gokaffaire met als spilfiguur de dubieuze Chinese zakenman Zheyun Ye sloeg eind 2005 in als een bom in het Belgische voetbal. Spelers en trainers van onder andere Sint-Truiden, SK Lierse en La Louvière werden ervan beschuldigd geld te hebben aangenomen van de gokmaffia. In ruil daarvoor moesten ze de uitslag van hun team in negatieve zin beïnvloeden.
Zeven jaar later dreigt de zaak met een sisser af te lopen. Afgelopen dinsdag werd het dossier immers opnieuw uitgesteld. De Brusselse raadkamer had moeten beslissen wie van de maar liefst vijfendertig verdachten naar de correctionele rechtbank zou worden doorverwezen. Het overlijden van de voormalige voorzitter van Lierse Gaston Vets gooide echter roet in het eten. De debatten moeten worden heropend om zijn overlijdensattest nog aan het omvangrijke onderzoeksdossier toe te voegen en dat kost tijd. Bovendien puilt de agenda van de raadkamer uit. Gevolg: de zaak wordt hervat op 18 september.
Juridisch gezien valt deze beslissing te begrijpen. Waar men echter veel minder begrip kan voor opbrengen is de vertraging die het onderzoek opliep. Eerst viel onderzoeksrechter Sylvana Verstreken uit met een burn-out. Haar vervanger Jean Couman verkoos vervolgens om eigen aanvullende onderzoeksdaden te verrichten. Bovendien heeft de raadkamer het dossier Ye al twee keer uitgesteld, onder meer omdat een aantal Nederlandstalige verdachten eisten dat de zaak in het Nederlands zou worden gevoerd.
Zo dreigt het proces een maat voor niets te worden. Hoe langer de vervolging van het omkoopschandaal aansleept, hoe meer de redelijke termijn binnen dewelke een rechtszaak moet afgehandeld worden in het gedrang komt. Bekentenissen zijn er nochtans. De toenmalige verdediger van SK Lierse Laurent Fassotte biechtte op dat hij voor 140.500 euro strafschoppen veroorzaakte. Zijn collega Cliff Mardulier bekende doelpunten opzettelijk binnen te laten in ruil voor 57.000 euro. De keeperstrainer Patrick Deman verkoos ook om te praten.
Oké, voetbal is maar een spelletje, maar het draagvlak van de sport is te groot om het dossier een stille dood te laten sterven. Nog nooit is de voetballiefhebber zo uitgelachen geweest als in de tijd dat Zheyun Ye rond de Belgische velden actief was. Bovendien zou het falen van een strafrechtelijke vervolging een tweede mislukte poging zijn om recht te spreken. Er werd immers ook nog een zaak aangespannen bij de Belgische voetbalbond, maar dat draaide op niets uit. Het Brusselse Hof van Beroep oordeelde dat de bond met het nemen van zware disciplinaire maatregelen, vooraleer in de strafzaak was geoordeeld, de rechten van de verdachten op een rechtvaardig proces en een verdere uitoefening van hun beroep zou schenden. Uiteindelijk werd na de behandeling voor de Beroepscommissie enkel Paul Put voor drie jaar geschorst. Nadien kon hij echter probleemloos bondscoach van Gambia worden.
Het is dus dubbel zo pijnlijk dat de kansen slinken dat het Brusselse parket deze fout kan recht zetten. In China zal er met een gerust hart kunnen worden gegokt op de uitkomst van het dossier.
De Gouden Schoen die iets minder blinkt
Geplaatst door op januari 11, 2012
Vanavond is het weer zover: de jaarlijkse Gouden Schoen, de trofee voor de beste voetballer op de Belgische velden, wordt uitgereikt. Het beproefde recept van dames in chique jurken (de één al opvallender dan de ander), ‘leuke’ filmpjes en een optreden van een middelmatige muziekact kan dus weer van stal worden gehaald. Hoe vul je anders een tv-show die zichzelf de term ‘gala’ toe-eigent?
Wat meer ongewoonlijk is, is de onzekerheid over wie dit jaar de laureaat wordt. De voorbije jaren was er van spanning vaak geen sprake. Op tv zag je dat de helft van de zaal al in hun gedachten op de receptie aanwezig was. Nu is dit anders. Veel heeft te maken met de stemrondes: één valt in juli na afloop van het vorige voetbalseizoen en één in december na de eerste helft van de huidige competitie. Daartussen ligt een transferperiode, waarin veel clubs met lede ogen moeten toezien hoe hun beste spelers naar andere competities verkassen. Afgelopen zomer was hier geen uitzondering op. Veel kanshebbers op de Gouden Schoen sloegen hun vleugels uit en kozen voor het buitenland.
Standard Luik is al jaren een duiventil waar spelers komen en gaan. Nadat na het einde van het vorige seizoen de grote man en de verantwoordelijke voor het transferbeleid Luciano D’Onofrio uit het bestuur van de club stapte, vertrokken de sterkhouders van de ploeg Axel Witsel, Steven Defour en Mehdi Carcela naar respectievelijk Benfica, Porto en de ploeg waarvan zelfs Jan Becaus moeite heeft om de naam uit te spreken Anzji Machatsjkala. De eerste twee voetballers hebben de Gouden Schoen al eens gewonnen, de laatste nog niet. Alledrie speelden ze echter een degelijk seizoen en waren dus een kanshebber voor de trofee.
Bij Racing Genk vertrok keeper Thibaut Courtois. Dat hij een toptalent is, staat buiten kijf. In de titelmatch tegen Standard hield hij zijn ploeg recht en de rest van de competitie was hij ook vaak outstanding. De Genkse aanvaller Marvin Ogunjimi, die naar het Spaanse Mallorca verhuisde, was evenzeer een naam die door sommigen naar voor werd geschoven als potentiële Gouden Schoen.
Het lijstje is nog niet afgewerkt. Club Brugge liet tijdens de zomer de topschutter van de Jupiler Pro League, de Kroaat Ivan Perisic, naar Dortmund vertrekken. Anderlecht nam op haar beurt afscheid van Romelu Lukaku, die voor u waarschijnlijk geen verdere introductie nodig heeft.
Een speler die maar tijdens één stemronde punten kan verdienen maakt weinig kans om de Gouden Schoen in de wacht te slepen. Ook zal daarom Milan Jovanovic, die tijdens de zomer tekende bij Anderlecht, vanavond niet winnen. Enkel Gilles De Bilde heeft op die manier zijn naam aan de erelijst toegevoegd en we weten allemaal hoe het met hem is afgelopen. Als je met je privé-leven meer in het nieuws komt dan met je sportieve carrière, kan je moeilijk bewierookt worden als een fantastische voetballer. Bovendien zou het niet goed zijn voor de geloofwaardigheid van de Belgische competitie indien er een speler die slechts tijdens één ronde heeft gespeeld, zou winnen.
Welke kandidaten blijven er dan nog over? Een naam die bij de bookmakers hoog aangeschreven staat is die van de Brugse middenvelder Vadis Odjidja. Degelijk en Belgisch, zo hebben we het graag. Zijn ploegmaat Ryan Donk maakt ook een kans, al heeft hij het nadeel dat hij een verdediger is. Op voorhand kom je dan in botsing met de wetten van de kansrekening. In het kamp van Anderlecht zijn ook potentiële Gouden Schoenen. Je hebt bv. de Argentijnse dribbelaar Matias Suarez. Zijn vorig seizoen was redelijk bleek, maar in de heenronde van de huidige competitie lijkt hij eindelijk te zijn ontbolsterd. Zowel in de Jupiler Pro League als Europees scoort hij vlot. Wie het in de tweede ronde ook goed zal doen is zijn ploegmaat Guillaume Gillet. De afgelopen maanden heeft hij al vijftien keer de weg naar de netten gevonden, Europa League meegerekend. Ten slotte is er nog Jelle Vossen. De spits had een belangrijk aandeel in de landstitel van zijn ploeg, maar zakte in de heenronde van dit seizoen een beetje weg, mede door de mindere Genkse prestaties.
Opvallend is dat geen enkele kanshebber op de Gouden Schoen regelmaat in zijn prestaties heeft weten te krijgen. De trofee gaat dus naar degene die de beste flits in huis had. Het goud op de schoen zal vanavond op tv en morgen in de kranten minder fel schitteren. Het is trouwens sowieso niet geheel logisch om een individuele prijs uit te reiken in een teamsport. Gelukkig is er voor de aanwezigen achteraf nog de receptie.
Miserie aan de Schelde
Geplaatst door op januari 6, 2012
Antwerps burgemeester Patrick Janssens zegt niet vaak intelligente dingen. Vorige week maakte hij in de eindejaarsvragen van het weekblad Humo echter een uitzondering. Bij de vraag wie hij wat toewenste voor het nieuwe jaar, hoopte hij o.a. voor het Antwerpse voetbal meer spektakel op het veld dan in de bestuurskamer. Dat zeggen is een understatement. Zo stil het op de supportersbanken was (als je het uitjouwen door de fans buiten beschouwing laat), zo luidruchtig waren de interne oorlogen bij de bestuursclans van Beerschot en Antwerp.
Bij Beerschot werd het jaar 2011 ingezet met een machtswissel. Jos Verhaegen en zakenpartner René Snelders, die jarenlang de lakens uitdeelden op het Kiel, verkochten hun aandelen aan vastgoedmakelaar Patrick Vanoppen, zodat die 99 procent ervan in zijn bezit kreeg en zo de macht in handen nam. Na de coup van Vanoppen vielen er enkele lijken uit de kast. Niet die van coryfeeën Rik Coppens of Juan Lozano, want volgens betrouwbare bronnen leven die nog. Wel bleek het vorige bestuur een financiële puinhoop te hebben achtergelaten. De spelerslonen raken met moeite uitbetaald en de voetbalbond legde de club zelfs een transferverbod op.
Verhaegen en Snelders de volledige schuld hiervoor in de schoenen schuiven zou oneerlijk en te gemakkelijk zijn. Ze hebben de club immers twee keer van de ondergang gered. Een eerste keer door de fusie met Germinal Ekeren, toen het eens zo grote Beerschot dreigde te degraderen naar de vierde klasse en een tweede keer toen Ajax Amsterdam, die een meerderheidsparticipatie had genomen in de fusieclub Germinal Beerschot Antwerpen, zich terugtrok uit het project (en een flink aantal beloftevolle jeugdspelers zoals Thomas Vermaelen en Jan Vertonghen met zich meenam).
Bovendien is Patrick Vanoppen een omstreden figuur. Hij is aandeelhouder geworden van GBA via de nv Adevra, dat mee werd opgericht door Xavier Painblanc, bij het gerecht bekend wegens fraude. Bovendien is Vanoppen in de eerste plaats een zakenman. Net zoals de nieuwe sterke mannen van Club Brugge en Zulte Waregem, respectievelijk Bart “Uplace” Verhaeghe en Patrick “ik bouw een vip-veranda naast de zijlijn van het veld” Decuyper. Zakenlui willen steeds dat hun investeringen (financiële) resultaten opleveren. Behaalt de club de vooropgestelde doelstellingen niet, dan trekken ze zich terug uit het project. Een duurzaam bestuur is dus niet verzekerd. Vanoppen heeft trouwens nog niet bewezen dat hij de persoon is die de Kielse Ratten nodig hebben. Zijn meest opvallende beleidsdaden tot nu toe waren het veranderen van de naam GBA naar Beerschot AC en het verkleed rondlopen op de Antwerpse Grote Markt als een paarse rat. We zien het Roger Vanden Stock, voorzitter van Anderlecht nog niet doen. En oh ja, indien het u nog zou interesseren: de resultaten op het veld vallen serieus tegen. Vorig seizoen kon de degradatie maar nipt ontlopen worden en nu staat Beerschot in de grijze middenmoot van het klassement.
Intussen stond het leven bij die andere Antwerpse voetbalclub Antwerp ook niet stil. De club zit al enkele jaren vast in het moeras van de tweede klasse en kampt net zoals Beerschot met financiële problemen.Het Antwerpse voetbal begon nog meer op een soap te lijken toen enkele maanden nadat Jos Verhaegen en zijn getrouwen vertrokken waren op het Kiel, ze in de tribunes van de Bosuil, het stadion van Antwerp werden gespot. De geruchten die daarover ontstonden klopten. Verhaegen en Co zorgden voor een broodnodige financiële injectie en kregen de club met stamnummer 1 in handen. Diens schoonzoon Gunther Hofmans werd sportief directeur en meteen werden ambitieuze plannen opgesteld: schulden werden afgelost, de nodige investeringen gedaan en er werd tevens gemikt om binnen de drie jaar naar de hoogste afdeling te promoveren. Sportieve resultaten blijven echter voorlopig uit.
Voorzitter Eddy Wauters, sinds 1969 aan de macht bij Antwerp, lijkt niet te passen in die plannen. In eerste instantie mocht hij blijven zitten op de voorzittersstoel, maar nu lijkt Wauters toch te moeten vertrekken. Op 9 januari komt een buitengewone algemene vergadering van de leden van de vzw Antwerp bijeen om te beslissen over zijn ontslag. Ondervoorzitter Jan Michel is eveneens niet meer zeker van zijn functie. Na de Arabische Lente wordt er dus bij Antwerp ook een grote schoonmaak gehouden.
De relatie tussen beide clubs is er in ieder geval niet op verbeterd. Er ontstond een rel nadat Patrick Vanoppen weigerde om een derby te laten doorgaan tussen Antwerp en Beerschot en ook het stadiondossier zit muurvast. De overheid wil enkel investeren in het project indien de clubs het te bouwen stadion zouden delen en daar knelt precies het schoentje. Vanoppen kwam oorspronkelijk naar het Kiel met de plannen om als vastgoedmakelaar een nieuw stadion te bouwen in de stad zonder ‘aartsvijand’ Antwerp. Sindsdien lijkt hij zijn mening nooit veranderd te hebben. Bovendien is de ploeg uit Deurne-Noord ook niet meer dan een koele minnaar van het dossier dat nu al geruime tijd aansleept.
Het Antwerpse voetbal heeft dus een slecht jaar achter de rug. Wat de toekomst zal brengen, moet nog afgewacht worden. Wat wel zeker is, is dat er in Antwerpen met de haven als bereidwillige financier een voedingsbodem is voor clubs om mee te strijden met de (Belgische) top. De supporters, zowel die van Beerschot als die van Antwerp, zouden het verdienen. Zij bleven de laatste jaren te veel in de kou staan. In afwachting kunnen ze misschien naar de wedstrijden gaan van Berchem Sport, de ploeg die met een straatlengte voorsprong op kop staat van het klassement van vierde klasse B.
Het verdriet van het voetbal
Geplaatst door op december 2, 2011
Voetbal is een mooie sport (al omschrijft Michel Wuyts het ten onrechte eerder als een spel). Het is een bron van vreugde voor miljoenen mensen over heel de wereld. Elk weekend weer kan je rond een voetbalveld de mooiste dingen bekijken, van het gemeentelijk stadion in Zwevegem tot Camp Nou in Barcelona.
Bij het openslaan van de sportpagina’s op maandag werd deze schoonheid abrupt doorbroken. Dit weekend zaten twee mensen uit de voetbalwereld zo diep in een put van verdriet dat ze geen ladder meer vonden om er uit te klimmen en kozen voor het meest onherroeplijke: een assistent-scheidsrechter in Tubeke en de Welshe bondscoach Gary Speed ondernamen een zelfmoordpoging. De eerstgenoemde kon nog gered worden, voor de laatste kon geen hulp meer baten. Bovendien probeerde vorige week in Duitsland Babak Rafati, een ref, zich van het leven te beroven.
De klassieke vraag die iedereen zich dan stelt is waarom. Zeker in het geval van Gary Speed werd iedereen die het voetbal een warm hart toedraagt met verstomming geslagen. Speed had er een rijk gevulde spelerscarrière opzitten bij clubs zoals Leeds, Everton en Newcastle. Nu was hij aan het werken aan zijn loopbaan als trainer. En met succes: als bondscoach van Wales realiseerde hij in het jaar dat hij de functie uitoefende mooie dingen. Hij was bezig met het bouwen aan een stevig team met een mix van jonge beloftevolle spelers (o.a. Gareth Bale en Aaron Ramsey) en ervaren rotten zoals Craig Bellamy. De resultaten waren navenant. Op enkele maanden tijd steeg de Welshe nationale ploeg meer dan zestig plaatsen op de Fifa wereldranking. Speed was bovendien geliefd door vriend en vijand in het voetbalmilieu.
Het zoeken naar oorzaken is zinloos, maar deze drama’s roepen wel vragen op. Waarom gaan mensen zo lang door, tot ze geen licht meer zien aan het einde van de tunnel? Waarom laten ze niets merken aan hun naaste omgeving? Gary Speed zat bijvoorbeeld een dag voor zijn dood nog lachend in het tv-programma ‘Football Focus’. Pijnlijk toevallig ben ik op dit moment de biografie van Robert Enke aan het lezen, de Duitse doelman die twee jaar geleden uit het leven stapte. Daarin wordt een poging gedaan om antwoorden te formuleren op de bovenstaande vragen. Ik en vele andere stellen zichzelf een mooie voetbalwereld voor, die gekenmerkt wordt door vriendschap, collegialiteit en sportiviteit. Het boek schetst echter een totaal ander, ontluisterend beeld. Binnenin de schil van de voetballerij heersen er minder fraaie waarden: doorgedreven ambitie en naakte resultaten delen de lakens uit. Wie daar niet aan voldoet, valt uit de boot. Zwakte wordt genadeloos afgestraft. Durfden Speed, Enke en jammer genoeg nog verschillende anderen daarom hun donkerste gedachten niet naar buiten brengen?
Net zoals het zoeken naar oorzaken, is het aanwijzen van een bepaalde schuldige nutteloos. Misschien moeten we allemaal (supporters, media, bestuursleden, etc.) eens naar onszelf kijken. Hoeft die verlammende druk er wel te zijn? Zijn kwetsende spreekkoren van fans over een speler of trainer wel nodig? Moet een weekblad een verkiezing van de slechtste scheidsrechter organiseren? Nadenken helpt soms.
Eden Hazard
Geplaatst door op november 21, 2011
Het moest afgelopen dinsdagavond de avond worden van Eden Hazard. Het Belgisch voetbaltalent was de speler bij uitstek die door vriend en vijand in de gaten werd gehouden in de match België-Frankrijk in het Parijse Stade de France. De verwachtingen waren hooggespannen. In de Franse media werd de wedstrijd zelfs bestempeld als ‘La France contre Hazard’.
Die verwachtingen kon Hazard niet helemaal inlossen. Hij speelde een eerder bleke wedstrijd, al kunnen er verzachtende omstandigheden worden ingeroepen. Het was een match waarin het voor elke speler moeilijk was om zich te onderscheiden. De Belgen speelden vanuit een defensieve organisatie (met succes overigens). Een speler als Hazard die het moet hebben van frivole acties komt dan meestal niet tot zijn recht. Bovendien wist de Franse thuisploeg ook wie Hazard was. Telkens hij aan de bal was, werd hij omringd door twee tot drie blauwhemden en meermaals werd hij foutief afgestopt. Het gras van het Stade de France heeft nu geen geheimen meer voor Hazard. Maar eerlijk is eerlijk: het Belgische wonderkind heeft al betere wedstrijden gespeeld.
Het zou echter absurd zijn om op basis van één wedstrijd een oordeel te vellen over Eden Hazard. Degene die twijfelt aan zijn talent moet nog geboren worden. Hazard maakt al meer dan vier seizoenen lang het mooie weer bij zijn ploeg Lille OSC, die mede dankzij hem vorig jaar na meer dan vijftig jaar wachten nog eens de titel in de wacht sleepte en dan meteen de Franse beker daar aan toevoegde. Zijn persoonlijk palmares geraakt bovendien ook al goed gevuld. Hij werd twee maal verkozen tot belofte van het jaar (in 2009 en 2010) en één keer tot beste speler in de Franse competitie (2011). Bij onze zuiderburen wordt hij dan ook alom bejubeld. Zinedine Zidane prees hem al aan bij Real Madrid. Het feit dat Zidane tegenwoordig als adviseur bij de Spaanse topclub actief is, zal er wel voor iets tussen zitten, maar als compliment kan het tellen.
In tegenstelling tot in Frankrijk, is in België het enthousiasme over Eden Hazard van een minder grote orde. Het is een feit dat hij zijn beste wedstrijden niet heeft gespeeld bij de nationale ploeg. Tot nu toe heeft hij slechts één keer gescoord voor de Rode Duivels, in de match tegen Kazachstan op de Heizel. Zelden was hij beslissend. De sfeer rond Hazard verbeterde er ook niet op, toen er in de media beelden van hem verschenen waarop hij een hamburger was aan het eten nadat hij was vervangen in de cruciale wedstrijd tegen Turkije. Omdat op hetzelfde moment zijn ploeggenoten nog aan het strijden waren voor de kostbare drie punten, werd de kritiek nog harder. Hazard zou zich arrogant opstellen en misschien niet zo goed zijn als aanvankelijk werd gedacht, was de algemene teneur. Daarbij wordt dan vlug vergeten dat hij nog maar twintig jaar oud is. Een leeftijd, waarvan je moeilijk kan zeggen dat iemand volgroeid is, als voetballer én als mens. Bovendien is Eden Hazard ook geen typisch Belgische speler. Decennialang waren Belgen vooral sobere stielvoetballers. Degelijk, maar vooral niet frivool en creatief. Voetballiefhebbers in ons land hielden daar ook van. Denk maar aan de populariteit van een speler als Franky Van der Elst. Hazard is het tegenovergestelde. Hij is de exponent van een technisch zeer ontwikkelde generatie voetballers, die een zekere esthetiek aan het spel willen verbinden. Hij is daarnaast zeer ambitieus. Hij is niet tevreden met een plaats als waterdrager bij een Duitse of Engelse middenmotor. Hij wil de top bereiken. In België wordt dat als ongewoon beschouwd. Wie weet echter waar zulke spelers ons nog zullen brengen? Afspraak op het strand van Copacabana in de zomer van 2014?